Nieuw: gratis funderingsrapport per e-mail binnen 2 minuten.

Funderingsrapport per adres

Jan Willem Brouwersstraat 16

1071LJ Amsterdam

ConcertgebouwbuurtMuseumkwartierAmsterdam

Samenvatting

Wat dit rapport zegt over uw woning

Adres: Jan Willem Brouwersstraat 16, 1071LJ Amsterdam. Bouwjaar 1900, gelegen in een stedelijk, niet‑indeelbare bodemregio. Het risico wordt geclassificeerd als Hoog (score 45/100). De belangrijkste aanbeveling is een fase‑1 funderingsonderzoek om het type en de conditie van de fundering te bevestigen.

Belangrijkste bevindingen

  • Drie KOOP‑dossiers binnen 100 m met gemengd signaal (funderingherstel voor kelder of lift) – sterk indirect bewijs voor funderingsproblematiek.
  • Bouwjaar 1900 in stedelijk, niet‑indeelbare bodemregio – houten paalfundering waarschijnlijk en gevoelig voor paalrot.
  • Paalrotpercentage bijna 12 % (huidig en 2050) – hoog risico op houtrot bij houten palen.
  • Lokale meetbouten tonen een maximale zakkingssnelheid van 1,9 mm/jaar – matige zettingsactiviteit.

Pand­profiel

Het pand heeft een BAG‑pand‑ID 0363100012159344, een oppervlakte van 358 m² en een volume van 1.464 m³. Het gebouw wordt gebruikt als kantoor en heeft een dakhoogte van 17,77 m. Het maaiveld ligt op -0,003 m NAP, terwijl de AHN‑DTM een hoogte van 0,599 m NAP aangeeft, wat een afwijking van circa 0,60 m oplevert. Het bouwjaar 1900 valt in de periode 1900‑1945, waarin houten paalfunderingen nog veel voorkomen, zeker in stedelijke gebieden met onduidelijke bodemindeling. In dit deel van Amsterdam is de bodem vaak gemengd zand‑ en kleilaag, zoals blijkt uit de BRO‑BHR‑GT‑profielen (zand tot 1,1 m, daarna klei en sterk zandige klei). Deze bodemopbouw kan leiden tot variabele draagkracht en maakt een funderingsonderzoek noodzakelijk.

Bodem en waterhuishouding

De FGR‑bodemregio wordt door RVO als "Niet indeelbaar" geclassificeerd, wat duidt op een stedelijk gebied met complexe bodemvariaties. BRO‑BHR‑GT‑profielen binnen 200 m laten een bovenste laag van wegverhardingsmateriaal zien, gevolgd door zand (0,09‑1,1 m) en klei (1,1‑2,1 m) met een overgang naar sterk zandige klei (2,1‑2,4 m) en weer zand tot 3,4 m. KEA‑waarden tonen een huidige grondwaterstand (GLG) van 2,64 m en een daling van -0,097 m tegen 2050, wat een lichte afname van de grondwaterstand betekent. Het paalrotpercentage is 11,9 % (huidig) en blijft gelijk in 2050, wat een hoog risico op houtrot aangeeft. Het bodemdaling‑raster heeft een waarde van 0,023, terwijl de ophogings‑rasterwaarde 0,146 bedraagt, wat wijst op een potentieel risico op differentiële zetting. De KEA‑signaalkaartklassen (2 en 4) geven een matig tot verhoogd alarm voor bodemdaling.

Buurtcontext

Het pand bevindt zich in de Concertgebouwbuurt, wijk Museumkwartier, gemeente Amsterdam. Het huidige paalrotpercentage in de buurt bedraagt 11,9 %, met een lichte stijging naar 11,94 % in 2050 (zowel laag als hoog scenario). Het verschilzettingpercentage is 0,48 % (mild) en 0,53 % (sterk) voor 2050, wat wijst op een klein risico op differentiële zetting. In de pc6‑cluster (1071LJ) is 100 % van de panden vóór 1970 gebouwd, wat de kans op houten funderingen vergroot. Drie KOOP‑dossiers met gemengd signaal binnen 100 m bevestigen een lokale funderingsproblematiek, terwijl er geen blok‑niveau funderingsherstel of geweigerde aanvragen zijn.

Klimaatuitlook 2050

De GLG‑trend wijst op een lichte daling van 0,097 m tegen 2050, wat de droogstand van eventuele houten paalkoppen kan verhogen. Het paalrotpercentage blijft hoog (11,94 %) zowel in het milde als het sterke scenario, wat duidt op een blijvend risico op houtrot. Het verschilzettingpercentage stijgt marginale tot 0,53 % in het sterke scenario, wat een klein risico op differentiële zetting aangeeft. De KEA‑extreme droogtesummer (2,84 m) daalt licht (-0,036 m) in 2050, wat geen significante extra droogstress betekent. Zoutvracht is nul, dus geen extra risico op bodemdaling door zout.

Monitoringgegevens

De dichtstbijzijnde GMW‑monitoringput (GMW000000032578) ligt op 17 m afstand en toont een maaiveldtrend van 0,39 mm/jaar over 41,1 jaar. De GLD‑monitoringput (GLD000000098833) op 56 m afstand heeft 201 observaties (1990‑2020) met een waterstand tussen -1,44 en -0,5 m NAP en een stijgende trend van 3,89 mm/jaar. CPT‑metingen binnen 500 m bedragen 208, en BHR‑GT‑profielen 5, wat een goede geotechnische dekking aangeeft. Lokale Amsterdamse meetbouten (8 meetbouten, 22 binnen 100 m) laten een maximale actuele zakkingssnelheid van 1,9 mm/jaar en een cumulatieve zakking van 24,3 mm zien, wat een matige zettingsactiviteit bevestigt.

Vergunning­signalen

Binnen een straal van 100 m zijn vier KOOP‑dossiers geregistreerd. Drie daarvan (Z2026-007248, Z2020-Z008950, Z2021-Z008470) hebben een gemengd signaal: funderingsherstel wordt uitgevoerd als onderdeel van een kelder- of liftproject. Het dichtstbijzijnde relevante dossier betreft een funderingsherstel voor een kelder op Jan Willem Brouwersstraat 6 (31 m afstand, 20 juli 2022). Er is geen blok‑niveau funderingsherstel en geen geweigerde of ingetrokken aanvragen. Het patroon van herhaalde aanvragen op dezelfde adressen duidt op een terugkerende behoefte aan funderingswerkzaamheden in de directe omgeving, wat een sterk indirect signaal vormt.

Risicodrivers

  • Het bouwjaar 1900 valt in de overgangsperiode waarin houten paalfunderingen nog veel voorkomen, zeker in stedelijke gebieden met onduidelijke bodemindeling.
  • De KEA‑analyse toont een paalrotpercentage van bijna 12 % (huidig en 2050), wat duidt op een aanzienlijk risico op houtrot bij eventuele houten paalkoppen.
  • Binnen een straal van 100 m zijn drie KOOP‑dossiers met een gemengd signaal (funderingherstel als onderdeel van kelder‑ of liftprojecten) geregistreerd, wat een sterk indirect signaal voor funderingsproblematiek op straat‑ of blokniveau oplevert.
  • Lokale meetbouten laten een maximale actuele zakkingssnelheid van 1,9 mm/jaar en een cumulatieve zakking van 24,3 mm zien, wat wijst op een matige tot verhoogde zettingsactiviteit in de directe omgeving.
  • BRO‑grondwatermonitoring (GMW) geeft een lichte maaiveldtrend van 0,39 mm/jaar; de GLD‑reeks toont een stijgende grondwaterstand van 3,9 mm/jaar, wat de droogstand van houten paalkoppen niet significant verlaagt.

Beschermende factoren

  • Er is een ruime beschikbaarheid van CPT‑metingen (208 binnen 500 m) en BHR‑GT‑profielen (5), wat een goede basis biedt voor een gedetailleerd geotechnisch onderzoek.
  • De grondwaterstand vertoont een stijgende trend, waardoor het risico op langdurige droogstand van houten paalkoppen enigszins gematigd wordt.
  • Geen blok‑niveau funderingsherstel of geweigerde vergunningen zijn geregistreerd, wat wijst op afwezigheid van grootschalige structurele problemen in het directe bouwblok.

Risico-uitleg

Het bouwjaar 1900 plaatst het pand in een periode waarin houten paalfunderingen nog gangbaar waren, vooral in stedelijke gebieden met onduidelijke bodemindeling. De KEA‑analyse bevestigt een hoog paalrotpercentage (≈12 %) en een licht stijgend risico op differentiële zetting. Drie KOOP‑dossiers met gemengd signaal binnen 100 m laten zien dat funderingsherstel regelmatig nodig is in de directe omgeving, wat de a‑priori kans op een problematische fundering vergroot. De lokale meetbouten tonen een matige zettingsactiviteit (max. 1,9 mm/jaar), wat aangeeft dat de grond al enige beweging ondergaat. Beschermende factoren, zoals een stijgende grondwaterstand (GLD‑trend +3,9 mm/jaar) en een goede CPT‑dekking, dempen het risico enigszins, maar blijven onvoldoende om het hoge risico te neutraliseren. Daarom wordt het pand geclassificeerd als Hoog risico met een score van 45.

Aanbevolen vervolgstappen

Om de funderingsstatus van uw pand helder te krijgen, adviseren wij de volgende stappen: • Laat een fase‑1 funderingsonderzoek uitvoeren door een KCAF‑erkend of F3O‑ervaren bureau (indicatief €3.000‑4.500). Dit onderzoek omvat archiefonderzoek, historische meetgegevens, grondwaterstandanalyse, CPT‑sonderingen en een visuele casco‑inspectie. • Verzamel en analyseer alle beschikbare historische meetbouten‑data en voer een hermeting uit van de dichtstbijzijnde meetbouten om de actuele zetting te bevestigen. • Voer een waterpassing uit op de funderingsniveaus (NAP‑waterpassing) om eventuele droogstand van houten paalkoppen te detecteren. • Bespreek met de buren of zij recent funderingswerkzaamheden hebben ondernomen; dit kan aanvullende aanwijzingen geven. • Overweeg een gemeentelijke funderingslening via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting, mocht uit het onderzoek een herstel nodig blijken. • Houd de lokale meetbouten in de gaten voor eventuele toename van de zakkingssnelheid; een stijging boven 2 mm/jaar vraagt om directe actie.

Beperkingen en kanttekeningen

Dit rapport is gebaseerd op openbare data en bevat geen directe inspectie van het pand. KEA‑waarden zijn buurt‑gemiddelden en geven geen garantie voor de specifieke locatie. KOOP‑dossiers vormen indirect bewijs; niet alle vergunningen worden gepubliceerd. AHN‑mutaties duiden niet automatisch op schade. Een fase‑1 onderzoek is noodzakelijk om de funderingstype, conditie en eventuele risico’s definitief vast te stellen.

Wilt u uw eigen funderingsrapport?

Voer uw adres in en ontvang binnen 2 minuten een rapport per e-mail — gebaseerd op dezelfde Nederlandse openbare bronnen.

Vraag uw rapport aan