Funderingsrapport per adres
Van Spilbergenstraat 73-H
1057RA Amsterdam
Orteliusbuurt ZuidHoofdweg e.o.Amsterdam
Samenvatting
Wat dit rapport zegt over uw woning
Adres: Van Spilbergenstraat 73‑H, 1057RA Amsterdam. Bouwjaar 1924, gelegen in een stedelijk, onduidelijk bodemgebied. Het risico wordt geclassificeerd als Hoog (score 45/100). Aanbeveling: voer een fase‑1 funderingsonderzoek uit om de aanwezigheid en conditie van houten palen te verifiëren.
Belangrijkste bevindingen
- Bouwjaar 1924 in een stedelijk, onduidelijk bodemgebied – houten paalfundering waarschijnlijk en gevoelig voor droogstand.
- Paalrot‑risico 4,7 % (mild) en negatieve grondwatertrend duiden op een verhoogde kans op paalrot.
- Geen funderingsgerelateerde KOOP‑cases binnen 100 m – zwak bewijs voor directe problemen.
Pandprofiel
Het pand heeft een BAG‑pand‑ID 0363100012138095, een woonfunctie, een oppervlakte van 53 m² en bestaat uit vier bouwlagen. Het maaiveld ligt op 0,131 m NAP, het dak op 13,321 m, met een volume van circa 773 m³ en een footprint van 60 m². Het AHN‑DTM meldt een maaiveldhoogte van 0,57 m NAP, wat een verschil van 0,44 m ten opzichte van de 3DBAG‑hoogte geeft. Er zijn geen AHN‑mutaties tussen de derde en vierde of vierde en vijfde verdieping, wat wijst op een stabiele verticale structuur. Het bouwjaar 1924 valt in de periode 1900‑1945, waarin houten funderingspalen nog veelvuldig werden toegepast, vooral in stedelijke gebieden met onzekere bodemgesteldheid. Deze combinatie maakt een houten paalfundering aannemelijk en gevoelig voor droogstand van het grondwater.
Bodem en waterhuishouding
De RVO‑classificatie voor postcode 1057RA geeft een stedelijk gebied met 80‑100 % kans op beperkte draagkracht. Omdat het FGR‑gebied “Niet indeelbaar” is, wordt teruggegrepen op BRO‑BHR‑GT‑lithologie; echter zijn er geen profielen binnen 500 m, waardoor de lithologie onbekend blijft. KEA‑waarden tonen een huidige grondwaterstand (GLG) van 2,672 m en een verwachte daling van –0,051 m tegen 2050, wat een lichte daling aangeeft. Het paalrot‑percentage (mild en sterk) is 4,7 % zowel huidig als voor 2050, en de verschilzetting‑percentages liggen op 4,92 %. De KEA‑bodemdaling rasterwaarde is 0,688 en de ophogingswaarde 0,971, beide indicatief voor matige bodemdaling. Signaalkaartklassen (3) duiden op een gemiddeld alarmniveau. Droogte‑indexen laten een lichte negatieve trend zien (‑0,047 m). Zoutvracht is nul, wat geen extra risico oplevert.
Buurtcontext
De panden liggen in de Orteliusbuurt Zuid, wijk Hoofdweg e.o., gemeente Amsterdam. Het paalrot‑risico in de buurt is 4,7 % (mild) en 4,7 % (sterk) voor 2050, wat een consistent matig risico aangeeft. Het verschilzetting‑risico voor 2050 is 4,92 % (zowel mild als sterk). In de pc6‑cluster (1057RA) is 100 % van de panden vóór 1970 gebouwd, wat de kans op houten palen vergroot. Er zijn geen KOOP‑cases binnen 100 m, waardoor er geen direct bewijs is van funderingsproblemen op straat‑ of blokniveau. Het burencluster bestaat uit 60 panden, allemaal gebouwd in 1924, wat wijst op een homogeen bouwjaar‑profiel.
Klimaatuitlook 2050
De GLG‑verwachte daling tot 2050 is –0,051 m, wat een lichte daling van het grondwaterniveau aangeeft. Het paalrot‑percentage blijft 4,7 % (zowel mild als sterk), wat duidt op een blijvend matig risico op houtrot bij eventuele houten palen. Het verschilzetting‑percentage blijft 4,92 % voor zowel mild als sterk, wat een consistent risico op differentiële zetting aangeeft. De droogte‑index toont een negatieve trend (‑0,047 m), maar er is geen extra zoutvracht‑risico (waarde 0).
Monitoringgegevens
Het dichtstbijzijnde BRO‑GMW (GMW000000031294) ligt op 88 m, maar er is geen betrouwbare maaiveldtrend beschikbaar. De dichtstbijzijnde BRO‑GLD (GLD000000100909) bevindt zich eveneens op 88 m, met 32 observaties tussen 9 december 2015 en 27 oktober 2020. De grondwaterstand varieerde van –0,81 tot –0,22 m NAP, met een dalende trend van –47,33 mm/jaar. CPT‑metingen binnen 500 m zijn 56, wat een redelijke geotechnische dekking aangeeft, hoewel er geen BHR‑GT‑profielen beschikbaar zijn. Lokale Amsterdamse meetbouten tonen een maximale actuele zakkingssnelheid van 0,8 mm/jaar en een maximale cumulatieve zakking van 17,5 mm, wat duidt op lichte zetting in de directe omgeving.
Vergunningsignalen
Er zijn geen KOOP‑cases binnen een straal van 100 m rondom het pand. Het KOOP‑cluster toont nul negatieve, gemengde, neutrale of positieve signalen, geen blok‑niveau funderingsherstel, geen geweigerde of ingetrokken aanvragen en geen patroon van herhaalde dossiers. Deze afwezigheid vormt een zwak bewijs voor funderingsproblemen; er is geen direct of indirect signaal dat wijst op een actuele funderingskwestie in de directe omgeving.
Risicodrivers
- Het pand is gebouwd in 1924, een periode waarin houten funderingspalen nog veel voorkwamen, zeker in stedelijke gebieden met onzekere bodem.
- De RVO‑classificatie geeft aan dat het postcodegebied (1057RA) een stedelijk gebied is met beperkte draagkracht, wat de kans op kwetsbare houten palen vergroot.
- Het paalrot‑risico volgens de KEA is 4,7 % (zowel huidig als voor 2050), wat een matig tot sterk signaal is voor mogelijke paalrot bij droge grondwaterstanden.
- Lokale meetbouten tonen een maximale actuele zakkingssnelheid van 0,8 mm/jaar en een cumulatieve zakking van 17,5 mm, wat duidt op lichte zetting maar geen acute dreiging.
- Er zijn geen KOOP‑cases binnen 100 m, waardoor er geen direct bewijs is van funderingsproblemen in de directe omgeving.
- BRO‑gegevens leveren een negatieve grondwatertrend van –47,33 mm/jaar, wat de droogstand van eventuele houten paalkoppen kan bevorderen.
- Het ontbreken van CPT‑ of BHR‑GT‑profielen binnen 500 m beperkt de zekerheid over de ondergrondse geotechnische situatie.
Beschermende factoren
- Geen directe KOOP‑cases of blok‑niveau funderingsherstel binnen de straal.
- CPT‑aantal (56) wijst op enige geotechnische dekking, al is de kwaliteit onbekend.
- De zettingssnelheid blijft onder 1 mm/jaar, wat wijst op een relatief stabiele ondergrond.
Risico-uitleg
Het bouwjaar 1924 plaatst het pand in een periode waarin houten funderingspalen nog gangbaar waren, vooral in stedelijke gebieden met onzekere bodem. De RVO‑classificatie bevestigt dat het postcodegebied een stedelijk, mogelijk slappe bodemgebied betreft, waardoor houten palen kwetsbaar kunnen zijn voor droogstand. Het paalrot‑risico van 4,7 % (mild) en een negatieve grondwatertrend van –47,33 mm/jaar verhogen de kans op houtrot, omdat droge paalkoppen sneller afbreken. Tegelijkertijd tonen de lokale meetbouten een maximale zakkingssnelheid van 0,8 mm/jaar en een cumulatieve zakking van 17,5 mm, wat wijst op een relatief stabiele ondergrond zonder acute zettingsproblemen. Het ontbreken van KOOP‑cases binnen 100 m vermindert de urgentie, omdat er geen direct bewijs is van funderingsherstel in de directe omgeving. Beschermende factoren zijn de lage zettingssnelheid, het ontbreken van blok‑niveau funderingsherstel en de aanwezigheid van CPT‑metingen die een basis voor geotechnisch onderzoek bieden. Samengevat leidt de combinatie van een historisch houten funderingspotentieel, matig paalrot‑risico, lichte zetting en afwezigheid van directe KOOP‑signalen tot een hoge risicoclassificatie, maar met voldoende beschermende signalen om een fase‑1 onderzoek te rechtvaardigen.
Aanbevolen vervolgstappen
Gezien de hoge risicoclassificatie adviseren wij de volgende stappen:
• Laat een fase‑1 funderingsonderzoek uitvoeren door een KCAF‑erkend of F3O‑ervaren bureau (indicatief €3.000‑4.500). Dit onderzoek omvat archiefonderzoek, historische meetgegevens, grondwaterstandanalyse en een eerste bodemsondage.
• Voer een waterpassing uit op de vloer en het NAP om eventuele differntiële zetting te detecteren.
• Verzamel en analyseer historische bouwtekeningen en eventuele eerdere funderingsrapporten uit gemeentelijke archieven.
• Neem contact op met buren om te informeren naar eventuele funderingsproblemen of recente verbouwingen.
• Overweeg een hermeting van de lokale meetbouten om de huidige zettingssnelheid te bevestigen.
• Informeer bij de gemeente Amsterdam naar mogelijke subsidies of leningen voor funderingsverbetering.
• Documenteer alle bevindingen en bespreek de resultaten met een gekwalificeerde funderingsadviseur.
Beperkingen en kanttekeningen
Dit rapport is gebaseerd op openbare bronnen; er is geen fysieke inspectie van het pand uitgevoerd. KEA‑waarden zijn buurt‑gemiddelden en geven geen directe aanwijzing voor het individuele pand. KOOP‑data kunnen onvolledig zijn door publicatie‑ of archiefgaten. AHN‑mutaties duiden niet automatisch op schade. De afwezigheid van KOOP‑cases is geen garantie dat er geen funderingsproblemen bestaan. Een fase‑1 onderzoek is noodzakelijk om de onzekerheden op te lossen en een definitieve risico‑beoordeling te maken.
Wilt u uw eigen funderingsrapport?
Voer uw adres in en ontvang binnen 2 minuten een rapport per e-mail — gebaseerd op dezelfde Nederlandse openbare bronnen.
Vraag uw rapport aan