Nieuw: gratis funderingsrapport per e-mail binnen 2 minuten.

Funderingsrapport per adres

Dr.M. Noordewierstraat 47

9953SV Baflo

BafloWijk 02Het Hogeland

Samenvatting

Wat dit rapport zegt over uw woning

Adres: Dr.M. Noordewierstraat 47, 9953SV Baflo. Bouwjaar 1977, gelegen in een Zeekleigebied. Het risico wordt geclassificeerd als Verhoogd risico (Verhoogd risico) met een score van 22/100. Aanbeveling: monitoren en een eenvoudige quickscan laten uitvoeren.

Belangrijkste bevindingen

  • Bouwjaar 1977 in Zeekleigebied – funderingstype waarschijnlijk beton of staal, laag paalrot‑risico.
  • Paalrot‑percentage < 1 % zowel nu als in 2050, geen aanwijzing voor ernstige funderingsproblemen.
  • Geen KOOP‑cases of vergunningen binnen 100 m, wat wijst op afwezigheid van bekende funderingsherstelacties.

Pand­profiel

Het pand heeft een BAG‑pand‑ID 0053100000007113, een bouwjaar van 1977, een woonfunctie en een oppervlakte van 138 m² verdeeld over twee bouwlagen. Het maaiveld ligt op 0,733 m NAP, het dak op 7,777 m en het totale volume bedraagt 495 m³. De footprint is 106,48 m². Het AHN‑DTM toont een maaiveldhoogte van 1,018 m NAP, een verschil van 0,285 m ten opzichte van de 3DBAG‑hoogte, wat kan duiden op een lichte ophoging of meetverschil. Er zijn geen AHN‑mutaties tussen 3‑4 of 4‑5, waardoor er geen aanwijzingen zijn voor recente verbouwingen. In dit Zeekleigebied, een matig dragende bodem, is een betonnen paalfundering of fundering op staal gebruikelijk voor gebouwen uit de jaren ’70, waardoor de kans op houten paalfundering – en daarmee paalrot – klein is.

Bodem en waterhuishouding

Volgens de RVO‑kaart is de postcode 9953SV geclassificeerd als Zeekleigebied, een matig dragende bodem die meestal geen houten paalfundering vereist. De BRO‑bodemkaart geeft aan het adres knippige poldervaaggronden met zware zavel (code gMn25C) en een profielverloop 5. KEA‑waarden laten een huidige grondwaterstand (GLG) van 2,015 m zien, met een verwachte daling van 0,101 m tegen 2050, wat de kans op droogvallen van eventuele houten paalkoppen beperkt. Het paalrot‑percentage is mild (0,84 %) en stijgt slechts tot 1,02 % in 2050. Het verschilzettingspercentage is 0,32 % (mild) en 0,66 % (sterk) voor 2050, wat duidt op een beperkt risico op differentiële zetting. Signaalkaart‑klassen zijn 3 (oktober 2016‑2018) en 1 (mei 2015‑2018), wat een matig tot laag alarmniveau aangeeft. Zoutvracht‑waarde is 0, wat geen extra bodemdaling veroorzaakt.

Buurtcontext

De buurt Baflo, wijk 02, valt onder de gemeente Het Hogeland. Het huidige paalrot‑percentage in de buurt is 0,84 %, met een lichte stijging naar 0,86 % (mild) en 1,02 % (sterk) in 2050. Het verschilzettingspercentage voor 2050 is 0,32 % (mild) en 0,66 % (sterk). In de pc6‑cluster is 0 % van de panden vóór 1970 gebouwd, waardoor er weinig oude houten funderingen aanwezig zijn. Het burencluster bestaat uit 19 panden met bouwjaren tussen 1976 en 1989, wat de recente bouwperiode bevestigt.

Klimaatuitlook 2050

De GLG‑verwachting voor 2050 toont een daling van 0,101 m, wat een lichte afname van de grondwaterstand betekent. Het paalrot‑percentage stijgt marginalt naar 1,02 % (sterk), terwijl het verschilzettingspercentage stijgt tot 0,66 % (sterk). Extreem droge zomers blijven vergelijkbaar (huidig 2,14 m, verschil –0,09 m). Zoutvracht‑waarde blijft 0, wat geen extra bodemdaling veroorzaakt. Deze cijfers geven geen aanwijzing voor een substantieel verhoogd risico, maar onderstrepen het belang van een goede waterbalans voor eventuele houten palen.

Monitoringgegevens

De dichtstbijzijnde BRO‑GMW‑monitoringsput (GMW000000037248) ligt op 62 m afstand, maar er is geen bruikbare maaiveldtrend beschikbaar vanwege een gebrek aan observaties. Er is geen GLD‑grondwaterstandreeks in de directe omgeving, waardoor de grondwaterstand niet direct gemeten kan worden. CPT‑ en BHR‑GT‑profielen binnen 500 m zijn nul, wat aangeeft dat er geen gedetailleerde geotechnische data beschikbaar zijn. Lokale meetbouten of funderingskaarten voor de gemeente Het Hogeland zijn niet van toepassing.

Vergunning­signalen

Binnen een straal van 100 m zijn geen KOOP‑cases geregistreerd. Het dichtstbijzijnde negatieve funderingssignaal (bad case) is niet aanwezig, waardoor er geen direct bewijs is van funderingsproblemen in de directe omgeving. Het cluster bevat 0 slechte, 0 gemengde, 0 neutrale en 0 goede signalen, en er zijn geen blok‑niveau funderingsherstelacties, geen geweigerde of ingetrokken aanvragen, en geen patronen van terugkerende dossiers. Deze afwezigheid duidt op een zwak bewijsniveau voor funderingsproblemen rond uw pand.

Risicodrivers

  • Bouwjaar 1977 duidt op een betonnen paalfundering of fundering op staal, waardoor paalrot‑risico van nature laag is.
  • Het pand ligt in een Zeekleigebied; deze bodem is matig dragend, maar niet zo slapper als veen, waardoor funderingsproblemen minder waarschijnlijk zijn.
  • Paalrot‑percentage huidig is 0,84 % en stijgt slechts tot 1,02 % in 2050, wat een zeer laag risico aangeeft.
  • Geen vergunningen of KOOP‑cases binnen 100 m, waardoor er geen direct bewijs is van funderingsproblemen in de directe omgeving.
  • BRO‑data laten geen CPT‑ of BHR‑GT‑profielen binnen 500 m zien, wat de beschikbaarheid van gedetailleerde geotechnische data beperkt, maar ook wijst op afwezigheid van bekende problemen.

Beschermende factoren

  • Modern bouwjaar (post‑1970) met waarschijnlijk betonnen of stalen fundering.
  • Geen negatieve KOOP‑signalering binnen 100 m.
  • Lage paalrot‑percentages zowel huidig als toekomstig.
  • Geen CPT‑ of BHR‑GT‑profielen die wijzen op problematische bodemlagen.

Risico-uitleg

Het verhoogde risico (Verhoogd risico) ontstaat door een combinatie van bouwjaar, bodemtype en klimaatsignalen. Het bouwjaar 1977 wijst op een betonnen paalfundering of fundering op staal, waardoor het inherente paalrot‑risico laag is. Het Zeekleigebied is matig dragend, wat normaal gesproken geen houten palen vereist, maar de aanwezigheid van knippige zavel kan in combinatie met een dalende grondwaterstand een klein risico op zetting veroorzaken. De KEA‑data laten een milde stijging van paalrot‑percentage en een bescheiden toename van verschilzetting tegen 2050 zien, wat de score iets omhoog duwt. Beschermende factoren zoals het ontbreken van KOOP‑cases, de lage paalrot‑percentages en de moderne funderingstype verlagen het risico. Het ontbreken van gedetailleerde geotechnische data (CPT/BHR‑GT) beperkt de zekerheid, waardoor de confidenceBand op middelhoog blijft.

Aanbevolen vervolgstappen

Om een helder beeld te krijgen van de fundering, adviseren wij de volgende stappen: • Laat een pand‑quickscan uitvoeren door een erkende adviseur (indicatief €500‑1.000) om visueel scheuren en eventuele verzakkingen te documenteren. • Verzamel fotodocumentatie van eventuele scheuren, deuren die klemmen of scheve vloeren. • Overweeg een periodieke maaiveldmeting via een lokale meetbout of een tijdelijke GMW‑installatie om zetting te monitoren. • Houd de grondwaterstand in de gaten; een daling kan later tot paalrot leiden als er houten palen aanwezig zijn. • Bespreek met buren of zij soortgelijke observaties hebben; gezamenlijke monitoring kan kosten besparen. • Bij een eerste aanwijzing van funderingsproblemen, start een professioneel fase‑1 onderzoek (indicatief €3.000‑4.500) om bodem- en funderingscondities te bevestigen. • Maak gebruik van het gemeentelijk funderingsloket en het Fonds Duurzaam Funderingsherstel voor mogelijke financiering.

Beperkingen en kanttekeningen

Dit rapport is gebaseerd op openbare data en bevat geen directe inspectie van het pand. KEA‑waarden zijn buurtgemiddelden en geven geen garantie voor individuele omstandigheden. Het ontbreken van KOOP‑cases kan ook te wijten zijn aan onvolledige archiefregistratie. AHN‑mutaties duiden niet automatisch op schade. De beperkte beschikbaarheid van CPT‑ en BHR‑GT‑profielen vermindert de zekerheid van de beoordeling. Een fase‑1 funderingsonderzoek is noodzakelijk om de uiteindelijke funderingsstatus te bevestigen.

Wilt u uw eigen funderingsrapport?

Voer uw adres in en ontvang binnen 2 minuten een rapport per e-mail — gebaseerd op dezelfde Nederlandse openbare bronnen.

Vraag uw rapport aan