Nieuw: gratis funderingsrapport per e-mail binnen 2 minuten.

Funderingsrapport per adres

Hagenweg 36

7722LE Dalfsen

Verspreide huizen LentheDalfsenDalfsen

Samenvatting

Wat dit rapport zegt over uw woning

Adres: Hagenweg 36, 7722 LE Dalfsen. Het pand is gebouwd in 1958 en ligt in een ‘Hogere Zandgronden’-gebied. Het risico‑label is Verhoogd risico met een score van 22 / 100. De belangrijkste aanbeveling is een beperkte monitoring en een eventuele fase‑1 funderingsinspectie bij tekenen van zetting.

Belangrijkste bevindingen

  • Bouwjaar 1958 in een draagkrachtig zandgebied – betonpalen of fundering op staal zijn waarschijnlijk.
  • Paalrot‑risico is zeer laag (0,03 % huidig, 0,04 % in 2050).
  • Geen KOOP‑cases binnen 100 m – zwak bewijs voor lokale funderingsproblemen.
  • Grondwaterstand stijgt licht, wat droogvallende houten paalkoppen onwaarschijnlijk maakt.

Pand­profiel

Het pand heeft een BAG‑pand‑ID 0148100000000448, een bouwjaar van 1958, een woonfunctie en een bruto vloeroppervlakte van 295 m² verdeeld over twee bouwlagen. Het volume bedraagt circa 1.016 m³ en de footprint is 196,5 m². Het maaiveld ligt op 1,532 m NAP, het dak op 9,262 m NAP. Het AHN‑DTM geeft een maaiveldhoogte van 1,807 m NAP, een afwijking van 0,275 m ten opzichte van de 3DBAG‑hoogte, wat binnen meetonzekerheden valt. Er zijn geen AHN‑mutaties tussen 3‑4 of 4‑5, wat wijst op een stabiele bouwstructuur. In de postcode‑cluster (PC6 7722LE) zijn 38,6 % van de panden ouder dan 1970, wat een matige historische blootstelling aan houten palen aangeeft. Het bouwjaar en het zandgrondtype duiden op een waarschijnlijk betonpaal‑ of staalfundering, waarbij houtrot minder relevant is.

Bodem en waterhuishouding

Volgens RVO behoort de postcode 7722LE tot de ‘Hogere Zandgronden’, een niet‑kwetsbaar gebied met 20‑40 % risico‑classificatie. Omdat de bodemkaart‑soilcode (fkZn21) een ‘Vlakvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand’ beschrijft, bevestigt dit een draagkrachtig zandsubstraat. De BRO‑BHR‑GT‑profielen binnen 500 m tonen vier boorprofielen. Het dichtstbijzijnde profiel (BHR000000375702, 150 m) bestaat uit bovenste lagen zand en siltig zand tot 5 m diepte, gevolgd door zandlagen tot 5 m. Het tweede profiel (BHR000000375710, 176 m) bevat siltig zand tot 2,4 m en daarna zand/kleiig zand. KEA‑waarden: paalrot‑percentage huidig 0,031 % (mild) en 0,038 % (sterk) in 2050, bodemdaling‑rasterwaarde niet beschikbaar, ophoging‑rasterwaarde 0,00014, GLG huidig 1,001 m met een verwachte daling van –0,084 m in 2050, GHG huidig 0,409 m, HG3 huidig 0,00066 m, maximale stijging grondwater 0,409 m, extreem droog‑zomer‑index huidig 1,175 met een daling van –0,063. Signaalkaart‑klassen 1 (2018) en 2 (2015) duiden op een licht verhoogd bodemdalingsalarm, maar zonder concrete mm/jaar‑cijfers.

Buurtcontext

Het pand bevindt zich in de buurt ‘Verspreide huizen Lenthe’, wijk Dalfsen, gemeente Dalfsen. Het huidige paalrot‑percentage in de buurt is 0,031 % (mild) en stijgt naar 0,038 % (sterk) in 2050, wat een zeer laag risico aangeeft. Het verschilzetting‑percentage voor 2050 is 0,98 % (zowel mild als sterk), wat wijst op een minimaal risico op scheve zetting. In de postcode‑cluster (PC6) is 38,6 % van de panden ouder dan 1970, een matige historische blootstelling. Er zijn geen KOOP‑cases binnen 100 m, waardoor er geen direct bewijs is van funderingsproblemen op straat‑ of blokniveau.

Klimaatuitlook 2050

De GLG‑waarde daalt met –0,084 m tegen 2050, wat een lichte daling van de grondwaterstand aangeeft. Het paalrot‑percentage stijgt marginale van 0,031 % (mild) naar 0,038 % (sterk), wat nog steeds een zeer laag risico betekent. Het verschilzetting‑percentage blijft 0,98 % voor zowel mild als sterk, wat duidt op een beperkt risico op scheve zetting. Het extreem droog‑zomer‑index daalt met –0,063, wat wijst op een iets minder droog klimaat. Zoutvracht‑bodemdaling is nul, wat geen extra risico toevoegt.

Monitoringgegevens

De dichtstbijzijnde BRO‑GMW (GMW000000019092) ligt op 326 m, maar er is geen betrouwbare maaiveldtrend beschikbaar. De dichtstbijzijnde BRO‑GLD (GLD000000053134) bevindt zich eveneens op 326 m en bevat 96.984 observaties van 10 juli 2014 tot 15 juni 2026. De waterstand varieerde tussen –0,27 m en 0,76 m NAP, met een recente stand van 0,12 m NAP en een stijgende trend van 11,06 mm/jaar. CPT‑metingen binnen 500 m ontbreken (0), terwijl vier BHR‑GT‑profielen beschikbaar zijn, wat een redelijke geotechnische dekking aangeeft. Lokale meetbouten of Rotterdamse funderingskaarten zijn niet beschikbaar voor Dalfsen.

Vergunning­signalen

Er zijn geen KOOP‑cases binnen een straal van 100 m rond Hagenweg 36. Het permit‑cluster toont 0 cases, 0 negatieve, 0 gemengde, 0 neutrale en 0 positieve signalen, en er zijn geen blok‑niveau funderingsherstel, geen geweigerde of ingetrokken aanvragen, en geen patronen van terugkerende dossiers. Deze afwezigheid betekent dat er geen direct of indirect bewijs is van funderingsproblemen in de directe omgeving, wat het risico‑beeld dempt.

Risicodrivers

  • Het pand is gebouwd in 1958, een periode waarin betonpalen al gangbaar waren, maar waarin nog houten palen kunnen voorkomen; dit levert een matig historisch risico op.
  • De bodemregio is ‘Hogere Zandgronden’, een draagkrachtig zandgebied waar fundering op staal of betonpalen meestal voldoende is, waardoor het paalrot‑risico sterk wordt gematigd.
  • Het huidige paalrot‑percentage in de buurt is slechts 0,03 %, en zelfs in 2050 stijgt dit niet boven 0,04 %, wat wijst op een zeer laag risico op houtrot.
  • Het verschilzetting‑percentage voor 2050 is 0,98 %, maar dit betreft een buurt‑gemiddelde; er is geen aanwijzing voor lokale differentiële zetting.
  • De GLG‑waarde (grondwaterstand) is 1,001 m en daalt tegen 2050 met –0,084 m, terwijl de GLD‑trend een stijging van 11 mm/jaar laat zien, wat duidt op een stabiele of zelfs stijgende grondwaterstand – een beschermende factor tegen droogvallende houten paalkoppen.
  • Er zijn geen KOOP‑cases binnen 100 m, waardoor er geen direct bewijs is van funderingsproblemen in de directe omgeving.

Beschermende factoren

  • Draagkrachtig zandgrondtype (Hogere Zandgronden).
  • Lage paalrot‑percentages (huidig 0,03 %).
  • Stijgende grondwaterstand (GLD‑trend +11 mm/jaar).
  • Geen recente vergunningen met funderingsherstel binnen 100 m.

Risico-uitleg

Het bouwjaar 1958 plaatst het pand in de overgangsperiode 1945‑1970, waarin zowel betonpalen als houten palen kunnen voorkomen. Omdat het pand zich echter op een draagkrachtig zandgebied bevindt, is de kans op een houten paalfundering klein; betonpalen of fundering op staal zijn waarschijnlijker. Het lage paalrot‑percentage (0,03 % huidig) en de minimale stijging tot 0,04 % in 2050 bevestigen dat houtrot geen relevant risico vormt. De bodem‑ en hydrologische data laten een stabiele of licht stijgende grondwaterstand zien, wat droogvallende houten paalkoppen verder uitsluit. Het ontbreken van KOOP‑cases binnen 100 m en de afwezigheid van negatieve signalen dempen het risico verder. Beschermende factoren – draagkrachtig zand, lage paalrot‑percentages en stijgende grondwaterstand – compenseren de matige historische blootstelling (38 % pre‑1970) en leveren een totaalbeeld van een verhoogd, maar niet hoog, funderingsrisico.

Aanbevolen vervolgstappen

Op basis van het huidige risicoprofiel adviseren wij de volgende stappen: • Laat een fase‑1 funderingsonderzoek uitvoeren door een KCAF‑erkend of F3O‑ervaren bureau om de exacte funderingstype en eventuele lokale afwijkingen te bevestigen. • Verzamel archiefdocumenten (bouwvergunningen, historische funderingsplannen) om de oorspronkelijke fundering te achterhalen. • Voer een periodieke maaiveldmeting uit (bijvoorbeeld via een meetbuis of een lokale meetbout) om eventuele zetting vroegtijdig te detecteren. • Documenteer eventuele scheuren of verzakkingen met foto’s en meet de opening van deuren en ramen. • Bespreek de situatie met directe buren; gezamenlijke monitoring kan kosten besparen. • Overweeg, bij bevestiging van een funderingsprobleem, een subsidie‑ of leningaanvraag via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. • Houd de GLG‑trend in de gaten; een verdere daling kan later extra maatregelen vereisen.

Beperkingen en kanttekeningen

Dit rapport is gebaseerd op openbare data en bevat geen directe inspectie van het pand. KEA‑waarden zijn buurt‑gemiddelden en geven geen garantie voor het individuele pand. KOOP‑data kunnen onvolledig zijn door publicatie‑ of archiefgaten. AHN‑mutaties duiden niet automatisch op schade. De afwezigheid van CPT‑metingen beperkt de zekerheid over de ondergrond. Een fase‑1 funderingsonderzoek is noodzakelijk om de onzekerheden te verhelderen.

Wilt u uw eigen funderingsrapport?

Voer uw adres in en ontvang binnen 2 minuten een rapport per e-mail — gebaseerd op dezelfde Nederlandse openbare bronnen.

Vraag uw rapport aan