Nieuw: gratis funderingsrapport per e-mail binnen 2 minuten.

Funderingsrapport per adres

Albert Schweitzerstraat 23

1111KH Diemen

Ruimzicht WestDiemen CentrumDiemen

Samenvatting

Wat dit rapport zegt over uw woning

Albert Schweitzerstraat 23, 1111KH Diemen, bouwjaar 1972, gelegen in een laagveengebied. Het risico‑niveau wordt geclassificeerd als Verhoogd risico met een score van 32/100. De belangrijkste aanbeveling is een gericht fase‑1 funderingsonderzoek om de funderingstype en eventuele zettingssignalen te verifiëren.

Belangrijkste bevindingen

  • Bouwjaar 1972 in een laagveengebied – mogelijke houten of betonnen paalfundering, gevoelig voor zetting.
  • RVO wijst op een kwetsbaar gebied (0‑20 %); KEA‑bodemdaling wijst op een mild tot matig risico.
  • Geen funderingsherstel‑cases binnen 100 m; grondwaterstand stijgt, wat paalrot beperkt.

Pand­profiel

Het pand heeft een BAG‑pand‑ID 0384100000006531 en een bouwjaar van 1972. Het woonhuis beslaat 113 m², bestaat uit drie bouwlagen en heeft een volume van circa 401 m³. De footprint bedraagt 54,9 m², de maximale dakhoogte is 8,04 m en het maaiveld ligt op –0,86 m NAP. Het AHN‑DTM‑maaiveld is –0,72 m NAP, wat een kleine afwijking van 0,14 m ten opzichte van de 3DBAG‑maaiveldhoogte laat zien. Er zijn geen AHN‑mutaties tussen versie 3‑4 of 4‑5, wat suggereert dat er recent geen grote verbouwingen zijn geweest. In een laagveengebied (RVO‑fgr) is de fundering vaak een houten paalfundering of een ondiepe betonnen paal, afhankelijk van de exacte bodemstructuur. De aanwezigheid van veenlagen vanaf 1,8 m diepte (BRO‑BHR‑GT‑profielen) ondersteunt de aanname van een mogelijke houten paal, terwijl de bovenliggende zand‑ en klei‑lagen een gedeeltelijke draagkracht bieden. Het bouwjaar (post‑1970) maakt betonpalen of fundering op staal waarschijnlijk, maar de bodemconditie houdt een risico op zetting open.

Bodem en waterhuishouding

RVO classificeert de postcode 1111KH als ‘Kwetsbaar gebied – 0‑20 %’, wat duidt op een laagveengebied met beperkte draagkracht. De BRO‑BHR‑GT‑lithologie binnen 500 m toont drie profielen. Het dichtstbijzijnde profiel (BHR000000462698, 319 m afstand) heeft een bovenste zandlaag (0‑1 m), gevolgd door kleiig zand (1‑1,8 m) en vervolgens een aaneengesloten veenlaag van 1,8 m tot 4,98 m diepte. Het tweede profiel (BHR000000353628, 458 m afstand) bevat een bovenste zandlaag (0‑0,2 m) met antropogene invloeden, daarna zand‑ tot klei‑lagen tot 7 m diepte, inclusief een kleiig veen‑segment (6‑6,5 m). KEA‑waarden laten een huidige grondwaterstand (GLG) van 1,94 m zien, met een verwachte stijging van 0,20 m tegen 2050. De huidige grondwaterstand (GLD) stijgt met 30,08 mm per jaar, wat duidt op een toenemende waterstand. Bodemdaling‑rasterwaarde is 0,54, ophogings‑rasterwaarde 0,43, en de signaalkaart‑klassen (2015‑2018) zijn 1 en 4, wat een matig tot verhoogd risico op bodemdaling aangeeft. Extreem droog‑zomer‑risico is 2,06 m, met een verwachte toename van 0,21 m tegen 2050. Zoutvracht‑bodemdaling is nul, wat geen extra risico toevoegt.

Buurtcontext

De woning ligt in de buurt Ruimzicht West, wijk Diemen Centrum, gemeente Diemen. Het aantal panden in de buurt is 2 240, waarvan geen enkel pand een paalrot‑percentage heeft (0 % huidig, 0 % 2050). Het verschilzetting‑percentage voor 2050 (zowel mild als sterk) is 0,96 %, wat duidt op een klein risico op differentiële zetting. In de postcode 1111KH is 0 % van de panden gebouwd vóór 1970, waardoor de kans op oude houten paalfunderingen beperkt is. Er zijn geen KOOP‑cases binnen 100 m, wat de buurt‑context relatief onbelast maakt. Het burencluster bestaat uit 39 adressen, met bouwjaren tussen 1971 en 1972, wat wijst op een homogeen nieuwbouwkarakter in de directe omgeving.

Klimaatuitlook 2050

De verwachte stijging van de grondwaterstand (GLG) met 0,20 m tegen 2050 vermindert het risico op droogvallende houten paalkoppen. Paalrot‑percentages blijven nul, zowel huidig als voor 2050 (mild en sterk). Het verschilzetting‑percentage stijgt licht naar 0,96 % voor zowel mild als sterk, wat een klein risico op differentiële zetting aangeeft. Extreem droog‑zomer‑risico neemt toe met 0,21 m, maar de stijgende grondwaterstand compenseert dit deels. Zoutvracht‑bodemdaling blijft nul, waardoor er geen extra corrosierisico bestaat.

Monitoringgegevens

De dichtstbijzijnde BRO‑GMW (GMW000000047580) ligt op 89 m, maar er is geen betrouwbare maaiveldtrend beschikbaar vanwege een te korte meetreeks. De dichtstbijzijnde BRO‑GLD (GLD000000017090) ligt op 121 m en heeft 15 observaties tussen 26 oktober 2016 en 11 oktober 2019. De waterstand varieerde tussen –2,00 en –1,81 m NAP, met een stijgende trend van 30,08 mm per jaar. CPT‑metingen zijn ruim beschikbaar (109 binnen 500 m), wat een goede basis biedt voor later geotechnisch onderzoek. Er zijn drie BHR‑GT‑profielen binnen dezelfde radius, die de bodemopbouw van zand tot veen bevestigen. Lokale gemeentelijke bronnen (Amsterdam meetbouten, Rotterdam funderingskaart) zijn niet beschikbaar voor Diemen, waardoor de analyse volledig op nationale data steunt.

Vergunning­signalen

Er zijn geen vergunningen of funderingsherstel‑cases binnen een straal van 100 m rond Albert Schweitzerstraat 23. Het KOOP‑cluster toont nul ‘negatieve funderingssignalen’, nul ‘gemengde signalen’, nul ‘neutrale signalen’ en nul ‘positieve signalen’. Er zijn geen blok‑niveau funderingsherstelprojecten, geen geweigerde of ingetrokken aanvragen en geen patroon van terugkerende dossiers. Deze afwezigheid van directe of indirecte vergunningen vormt een zwak bewijs voor funderingsproblemen op straat‑ of blokniveau, maar sluit een risico niet volledig uit.

Risicodrivers

  • Het pand is gebouwd in 1972, een periode waarin zowel betonpalen als fundering op staal gebruikelijk waren; in een laagveengebied is echter een houten paalfundering nog mogelijk, wat een matig risico op zetting oplevert.
  • RVO classificeert de postcode 1111KH als ‘Kwetsbaar gebied – 0‑20 %’, wat duidt op een bodem met beperkte draagkracht en een verhoogde gevoeligheid voor zetting.
  • KEA toont een bodemdaling‑rasterwaarde van 0,54 en een ophogings‑rasterwaarde van 0,43; beide waarden liggen boven de drempel voor een mild risico, maar blijven onder de kritische grens voor een sterk risico.
  • De grondwaterstand (GLD) stijgt met circa 30 mm per jaar, waardoor het risico op droogvallende houten paalkoppen (paalrot) afneemt.
  • Er zijn geen negatieve funderingssignalen (KOOP) binnen een straal van 100 m, wat een beschermend signaal is.
  • CPT‑metingen zijn ruim beschikbaar (109 binnen 500 m) en er zijn drie BHR‑GT‑profielen, wat de datadekking voor geotechnisch onderzoek versterkt.

Beschermende factoren

  • Geen paalrot‑signalen (0 % huidig en 2050).
  • Stijgende grondwaterstand vermindert droogval‑risico voor houten paalkoppen.
  • Geen vergunningen of herstelcases binnen 100 m radius.
  • Beschikbare CPT‑data (109) en drie BHR‑GT‑profielen binnen 500 m.

Risico-uitleg

Het verhoogde risico (tier Verhoogd, score 32) ontstaat door de combinatie van een bouwjaar uit de overgangsperiode (1972) en een laagveengebied met beperkte draagkracht. Hoewel het bouwjaar suggereert dat betonpalen of fundering op staal waarschijnlijk zijn, laat de bodemkaart (Weideveengronden op veenmosveen) en de BRO‑lithologie een mogelijke houten paalfundering niet uitsluiten. De KEA‑bodemdaling‑waarde van 0,54 duidt op een mild tot matig risico op zetting, terwijl de ophogings‑waarde van 0,43 een tegenwicht biedt. Het ontbreken van paalrot‑signalen (0 %) en de stijgende grondwaterstand (30 mm/jaar) vormen beschermende factoren tegen houtrot. Het ontbreken van KOOP‑cases binnen 100 m vermindert de kans op een reeds bekend funderingsprobleem in de directe omgeving. De beschikbare CPT‑data (109) en drie BHR‑GT‑profielen verhogen de betrouwbaarheid van de bodeminterpretatie, maar het ontbreken van een GMW‑trend beperkt de zekerheid. Samengevat leidt de combinatie van een kwetsbare bodem, een bouwjaar waarin houten palen nog kunnen voorkomen, en een matige KEA‑bodemdaling tot een verhoogd, maar niet hoog, risico. Beschermende factoren zoals geen paalrot, stijgend grondwater en afwezigheid van vergunningen drukken de score naar het midden van de schaal.

Aanbevolen vervolgstappen

Om een duidelijk beeld te krijgen van de funderingsstatus, adviseren wij de volgende stappen: • Laat een professioneel fase‑1 funderingsonderzoek uitvoeren door een erkend funderingsonderzoeksbureau (indicatief €3.000‑4.500). Dit omvat archiefonderzoek, historische meetgegevens, grondwaterstand‑analyse en een eerste sondering. • Verzamel en analyseer eventuele beschikbare bouwtekeningen en funderingsplannen uit het gemeentearchief. • Voer een waterpassing uit op zowel het maaiveld als de funderingsdiepte om eventuele negatieve kleef of droogval van paalkoppen te detecteren. • Bespreek met buren of zij recent funderingsproblemen hebben ondervonden; gezamenlijke data kan de urgentie verhogen. • Maak gebruik van het gemeentelijk funderingsloket voor advies en mogelijke subsidie‑mogelijkheden via het Fonds Duurzaam Funderingsherstel. • Overweeg, bij bevestiging van een houten paalfundering, een monitoring‑plan voor grondwaterstand en zetting, inclusief periodieke meetbouten of laser‑zetting‑monitoring. • Indien fase‑1 onderzoek ernstige problemen aantoont, plan een fase‑2 onderzoek (diepgaand geotechnisch onderzoek, funderingsversterking of -vervanging).

Beperkingen en kanttekeningen

Dit rapport is gebaseerd op openbare data en bevat geen directe inspectie van het pand. KEA‑waarden zijn buurt‑gemiddelden en geven geen garantie voor individuele situaties. Het KOOP‑bestand kan onvolledig zijn; niet‑geregistreerde vergunningen blijven onzichtbaar. AHN‑mutaties duiden niet op schade, maar op mogelijke verbouwingen. De GMW‑trend is niet beschikbaar, waardoor zettingsvoorspellingen minder zeker zijn. Een fase‑1 funderingsonderzoek is noodzakelijk om de hier gepresenteerde risico‑inschatting te bevestigen of te weerleggen.

Wilt u uw eigen funderingsrapport?

Voer uw adres in en ontvang binnen 2 minuten een rapport per e-mail — gebaseerd op dezelfde Nederlandse openbare bronnen.

Vraag uw rapport aan