Funderingsrapport per adres
Mildenburg 40
3328JE Dordrecht
Mildenburg en omgevingWijk 09 SterrenburgDordrecht
Samenvatting
Wat dit rapport zegt over uw woning
Adres: Mildenburg 40, 3328 JE Dordrecht. Bouwjaar 1976, gelegen in een Zeekleigebied. Het risico wordt ingeschat als Laag risico met een score van 15/100. Aanbeveling: monitoren en periodieke controle, geen directe funderingsinterventie nodig.
Belangrijkste bevindingen
- Bouwjaar 1976 in Zeekleigebied – waarschijnlijk betonnen fundering, laag risico op paalrot.
- Paalrot‑ en verschilzetting‑percentages zijn 0 %, waardoor klimaatgerelateerde risico’s minimaal zijn.
- Geen KOOP‑cases binnen 100 m – zwak indirect bewijs voor funderingsproblemen.
Pandprofiel
Het pand heeft een oppervlakte van 116 m², bestaat uit twee bouwlagen en een volume van circa 397 m³. Het maaiveld ligt op 0,135 m NAP, het dak op 6,255 m. Het bouwjaar 1976 valt in de periode waarin betonpalen gangbaar waren, zeker in een Zeekleigebied waar de draagkracht voldoende is. Het pand wordt gebruikt voor wonen, heeft een footprint van 78 m² en geen AHN‑mutaties tussen 3‑4 of 4‑5, wat wijst op een stabiele bouwstructuur zonder recente ingrijpende verbouwingen.
Bodem en waterhuishouding
Volgens de RVO‑legenda behoort de postcode 3328JE tot een Zeekleigebied, een matig dragende bodem die vaak paalfunderingen vereist bij oudere bebouwing. Omdat er geen specifieke bodemkaartpolygoon onder het adres beschikbaar is, wordt teruggegrepen op de BRO‑BHR‑GT‑lithologie binnen 500 m. De dichtstbijzijnde profielen (BHR000000352005 op 408 m en BHR000000352002 op 411 m) tonen een opbouw van zwakke zandige klei, klei, zand, siltig zand en veen tot een diepte van 5 m, met een dominante veenlaag vanaf 2,2 m. KEA‑waarden geven een huidige grondwaterstand (GLG) van 1,381 m en een lichte daling tot –0,013 m in 2050, een bodemdaling‑rasterwaarde van 0,020 en een ophogings‑rasterwaarde van 0,190. De signaalkaart‑klassen (3 en 2) duiden op een matig risico, maar zonder concrete aanwijzingen voor zetting of droogte.
Buurtcontext
De buurt Mildenburg en omgeving (Wijk 09 Sterrenburg) telt 6690 panden. Het huidige paalrotpercentage is 0 % en blijft nul tot 2050, zowel voor milde als sterke scenario's. Ook het verschilzetting‑percentage blijft 0 % in beide scenario's. Het percentage panden gebouwd vóór 1970 in de pc6 is 0 %, waardoor er geen oudere houten funderingen in de directe omgeving aanwezig zijn. Er zijn geen KOOP‑clusters of blok‑niveau funderingsherstel binnen 100 m, wat wijst op een lage incidentie van funderingsproblemen in de wijk.
Klimaatuitlook 2050
De GLG‑verwachting toont een lichte daling van –0,013 m tegen 2050, terwijl de huidige GLG 1,381 m bedraagt. Paalrot‑percentages blijven 0 % in zowel milde als sterke scenario's. Het verschilzetting‑percentage blijft eveneens 0 % voor beide scenario's. De extreme droogtestress‑waarde is niet beschikbaar, net als zoutvracht‑indicatoren. Deze gegevens bevestigen dat er geen significante klimaatgerelateerde funderingsrisico’s worden verwacht.
Monitoringgegevens
De dichtstbijzijnde BRO‑GMW‑monitor (GMW000000080242) ligt op 104 m, maar er is geen bruikbare maaiveldtrend beschikbaar. Er is geen GLD‑grondwaterstandreeks in de directe omgeving. Binnen een straal van 500 m zijn 29 CPT‑metingen en 6 BHR‑GT‑profielen beschikbaar, wat een redelijke geotechnische dekking biedt voor een fase‑1 onderzoek. Lokale meetbouten of funderingskaarten zijn niet beschikbaar voor Dordrecht.
Vergunningsignalen
Er zijn geen KOOP‑cases binnen een straal van 100 m. Het permit‑cluster toont nul negatieve, gemengde, neutrale of positieve signalen, geen blok‑niveau funderingsherstel, geen geweigerde of ingetrokken aanvragen en geen terugkerende dossiers. Hierdoor is er geen direct bewijs van funderingsproblemen in de directe omgeving, wat het risico verder verlaagt.
Risicodrivers
- Bouwjaar 1976 wijst op betonpalen of fundering op staal, waardoor paalrot‑risico vrijwel nihil is.
- De bodemregio is een Zeekleigebied; hoewel slappe lagen mogelijk zijn, is de draagkracht in dit gebied voldoende voor moderne funderingen.
- Paalrot‑percentages (huidig en 2050) zijn 0 %, en ook het verschilzetting‑percentage is 0 %, waardoor klimaatgerelateerde funderingsrisico’s zeer laag blijven.
- Er zijn geen KOOP‑cases binnen 100 m, dus er is geen indirect bewijs van funderingsproblemen in de directe omgeving.
- BRO‑data laten een goede dekking zien (29 CPT‑metingen, 6 BHR‑GT‑profielen), maar er is geen bruikbare GMW‑trend of GLD‑reeks, waardoor onzekerheid blijft maar de algemene risico‑inschatting laag blijft.
Beschermende factoren
- Modern bouwjaar (post‑1970) met waarschijnlijk betonnen fundering.
- Geen aanwijzingen voor houten paalkoppen of droogvallende grondwaterstanden.
- Geen recente vergunningen met funderingsherstel in de directe omgeving.
- Beschikbare geotechnische data (CPT, BHR‑GT) geven een goede basis voor een fase‑1 onderzoek.
Risico-uitleg
Het lage risico wordt voornamelijk gedreven door het bouwjaar 1976, waardoor een betonnen fundering of fundering op staal waarschijnlijk is. In een Zeekleigebied is de draagkracht voldoende voor dergelijke funderingen, waardoor paalrot‑risico’s praktisch afwezig zijn. De KEA‑waarden laten een minimale bodemdaling zien (0,020) en een relatief hogere ophogingswaarde (0,190), maar zonder concrete aanwijzingen voor zetting. Het ontbreken van KOOP‑cases binnen 100 m en het nul‑percentage paalrot en verschilzetting versterken de conclusie van een laag risico. Beschermende factoren zoals moderne fundering, goede geotechnische dekking en stabiele grondwaterstanden dragen bij aan de lage score. De enige onzekerheid blijft de beperkte GMW‑trend, maar dit heeft geen significante impact op de algehele beoordeling.
Aanbevolen vervolgstappen
Hoewel het risico laag is, is het verstandig om de fundering periodiek te monitoren. Aanbevelingen:
• Houd een scheurmonitor bij en noteer eventuele veranderingen in de vloer of gevel.
• Laat jaarlijks een VVE‑MJOP‑check uitvoeren om onderhoudsbehoeften te inventariseren.
• Overweeg een eenvoudige maaiveldmeting (bijvoorbeeld via een lokale meetbout) om eventuele toekomstige zetting vroegtijdig te signaleren.
• Houd de grondwaterstand in de gaten via gemeentelijke of regionale waterstanden, vooral bij droogteperiodes.
• Bij tekenen van scheuren of verzakkingen, schakel tijdig een funderingsadviseur in voor een gerichte inspectie.
Voor financiering kunt u terecht bij het gemeentelijk funderingsloket of het Fonds Duurzaam Funderingsherstel, die ondersteuning bieden voor preventieve maatregelen.
Beperkingen en kanttekeningen
Dit rapport is gebaseerd op openbare data en bevat geen directe inspectie van het pand. KEA‑waarden zijn buurt‑gemiddelden en geven geen garantie voor de exacte situatie op uw locatie. KOOP‑data kunnen onvolledig zijn door archief‑ en publicatiegaten. AHN‑mutaties duiden niet automatisch op schade. De GMW‑trend is niet beschikbaar, waardoor een mogelijke langetermijnzetting niet kan worden uitgesloten. Een fase‑1 funderingsonderzoek is nodig voor een definitieve beoordeling.
Wilt u uw eigen funderingsrapport?
Voer uw adres in en ontvang binnen 2 minuten een rapport per e-mail — gebaseerd op dezelfde Nederlandse openbare bronnen.
Vraag uw rapport aan