Nieuw: gratis funderingsrapport per e-mail binnen 2 minuten.

Funderingsrapport per adres

Rooijsestraat 16

6621AM Dreumel

Kern DreumelWijk 06 DreumelWest Maas en Waal

Samenvatting

Wat dit rapport zegt over uw woning

Rooijsestraat 16, 6621 AM Dreumel, gebouwd in 1930, ligt in het Rivierengebied. Het risico wordt geclassificeerd als Verhoogd risico met een score van 32/100. De fundering is waarschijnlijk een houten of gemengde paalfundering, wat aandacht vraagt bij mogelijke grondwaterdalingen. Aanbevolen wordt een fase‑1 funderingsonderzoek.

Belangrijkste bevindingen

  • Bouwjaar 1930 in Rivierengebied → kans op houten of gemengde fundering.
  • Paalrot‑risico laag (<1 %) maar stijgt licht naar 2050.
  • Geen funderings‑herstelcases binnen 100 m → zwak indirect bewijs.
  • Beschikbare geotechnische data (CPT, BHR‑GT) ondersteunen een fase‑1 onderzoek.

Pand­profiel

Het pand heeft een bouwjaar van 1930, een woonfunctie, een oppervlakte van 221 m², drie bouwlagen en een volume van 741,5 m³. Het maaiveld ligt op 5,244 m NAP, het dak op 14,597 m NAP en de footprint bedraagt 103,75 m². Het AHN‑DTM toont een maaiveld van 5,525 m NAP met een afwijking van 0,28 m ten opzichte van de 3DBAG‑hoogte, wat kan duiden op lokale grondveranderingen of verbouwingen. In postcode‑gebied 6621 AM zijn 68,4 % van de panden vóór 1970 gebouwd, wat de kans op houten of ondiepe funderingen vergroot. De buurt bestaat uit 10 directe buren, met bouwjaren variërend van 1880 tot 1968, en een mediaan bouwjaar van 1930. Deze demografische context ondersteunt de aannames over het funderingstype.

Bodem en waterhuishouding

Volgens de RVO‑legenda behoort dit postcodegebied tot een kwetsbaar gebied (60‑80 %). De bodemkaart geeft kalkhoudende ooivaaggronden met lichte zavel (Rd10A) aan, typerend voor het Rivierengebied. BRO‑BHR‑GT‑profielen binnen 500 m laten een wisselende bodemopbouw zien: van klei en zwakke grindige klei tot zand en sterk zandige klei tot diepte van 5 m. KEA‑waarden tonen een huidige grondwaterstand (GLG) van 2,18 m, een daling van –0,25 m tegen 2050, en een huidige grondhoogte (GHG) van 1,07 m. De bodemdaling‑rasterwaarde is 0,011 m, terwijl de ophogings‑rasterwaarde 0,097 m bedraagt, wat wijst op een lichte neiging tot ophoging. Het signaalkaart‑niveau is 4 (2018/2015), wat een verhoogd alarm voor bodemdaling aangeeft. Extreem droogte‑index is 2,84 m, met een daling van –0,14 m richting 2050, wat een matig droogtestress‑risico oplevert.

Buurtcontext

De buurt ‘Kern Dreumel’ in wijk 06 Dreumel valt onder het Rivierengebied. Het huidige paalrotpercentage is 0,56 %, met een lichte stijging naar 0,58 % (2050 Laag) en 0,60 % (2050 Hoog). Het verschilzettingspercentage ligt rond 0,60 % voor zowel milde als sterke scenario’s. In de postcode‑cluster is 68,4 % van de panden vóór 1970 gebouwd, wat de kans op houten funderingen vergroot. Er zijn geen KOOP‑cases binnen 100 m, waardoor er geen direct bewijs is van funderingsproblemen in de directe omgeving.

Klimaatuitlook 2050

De verwachte daling van de grondwaterstand (GLG‑verschil 2050 H = –0,25 m) kan de droogstand van eventuele houten paalkoppen bevorderen, maar het huidige paalrotpercentage blijft laag (<1 %). Het verschilzettingspercentage stijgt licht naar 0,61 % in het sterke scenario, wat een matige kans op differentiële zetting aangeeft. Extreem droogtestress neemt licht af (‑0,14 m), en er is geen zoutvracht‑bijdrage aan bodemdaling. Deze factoren suggereren een bescheiden toename van funderingsrisico’s tegen 2050, maar geen acute dreiging.

Monitoringgegevens

De dichtstbijzijnde BRO‑GMW‑monitoringsput (GMW000000066686) ligt op 164 m, maar er is geen bruikbare maaiveldtrend beschikbaar. De dichtstbijzijnde BRO‑GLD‑waterstandmonitor (GLD000000139906) bevindt zich op 347 m, met 24.209 observaties tussen 3 september 2024 en 11 augustus 2026. De waterstand varieerde tussen -5 m en 5,05 m NAP, met een recente stand van 1,55 m NAP en een dalende trend van -459 mm/jaar. CPT‑sondes (11) en BHR‑GT‑profielen (37) binnen 500 m geven een goede dekking van geotechnische data, wat de betrouwbaarheid van de bodeminterpretatie versterkt.

Vergunning­signalen

Er zijn geen KOOP‑cases binnen een straal van 100 m rondom het pand. Het cluster toont 0 negatieve, 0 gemengde, 0 neutrale en 0 positieve signalen, en er zijn geen blok‑niveau funderingsherstelprojecten, geen geweigerde of ingetrokken aanvragen, en geen patronen van terugkerende dossiers. Dit betekent dat er geen direct of indirect bewijs is van funderingsproblemen in de directe omgeving, wat het risico enigszins dempt.

Risicodrivers

  • Bouwjaar 1930 plaatst het pand in de overgangsperiode 1900‑1945 waarin houten paalfunderingen nog vaak werden toegepast, zeker in gebieden met wisselende bodemopbouw.
  • Het rivierengebied kenmerkt zich door lokale variatie tussen klei‑ en zandlagen, waardoor zowel zetting als mogelijke paalrot risico’s ontstaan.
  • Paalrot‑percentage is momenteel slechts 0,56 % en stijgt marginal tot 0,60 % in 2050, wat duidt op een laag maar aanwezig risico bij houten palen.
  • Het verschilzettingspercentage voor 2050 ligt rond 0,60 %, wat een lichte kans op differentiële zetting aangeeft bij toekomstige grondwater‑ en klimaatschommelingen.
  • Geen KOOP‑cases binnen 100 m, waardoor er geen direct bewijs is van funderingsproblemen in de directe omgeving.

Beschermende factoren

  • Geen recente of historische vergunningen met funderingsherstel in de directe omgeving.
  • Beschikbare CPT‑data (11 sondes binnen 500 m) en BHR‑GT‑profielen (37) geven een goede basis voor geotechnisch inzicht.
  • GLD‑waterstandtrend toont een daling van –459 mm/jaar, maar de huidige grondwaterstand (1,55 m NAP) blijft ruim boven de vermoedelijke paalkophoogte.

Risico-uitleg

Het bouwjaar 1930 plaatst het pand in een periode waarin houten paalfunderingen nog gangbaar waren, zeker in gebieden met wisselende bodemopbouw zoals het Rivierengebied. De bodemkaart laat kalkhoudende ooivaaggronden met lichte zavel zien, wat een gematigde draagkracht biedt, maar lokale klei‑ en zandlagen kunnen tot zetting leiden. De huidige paalrot‑percentage van 0,56 % is laag, maar de lichte stijging naar 0,60 % in 2050 duidt op een toenemend risico bij eventuele houten palen. Het verschilzettingspercentage van circa 0,60 % wijst op een matige kans op differentiële zetting bij toekomstige grondwater‑ en klimaatschommelingen. De afwezigheid van KOOP‑cases binnen 100 m dempt het risico, maar de aanwezigheid van voldoende CPT‑ en BHR‑GT‑data onderstreept de noodzaak van een gericht fase‑1 onderzoek om de funderingstype en -conditie te bevestigen. Beschikbare beschermende factoren, zoals een nog redelijk hoge grondwaterstand en geen recente funderingsherstel, verlagen het directe risico, waardoor de uiteindelijke beoordeling in de categorie Verhoogd risico valt.

Aanbevolen vervolgstappen

Op basis van de huidige beoordeling adviseren wij de volgende stappen: • Laat een professioneel fase‑1 funderingsonderzoek uitvoeren door een erkend funderingsonderzoeksbureau (indicatief €3.000‑4.500). Dit onderzoek omvat archiefonderzoek, historische meetgegevens, grondwater‑analyse, CPT‑sondes en een visuele casco‑inspectie. • Verzamel en analyseer beschikbare historische bouwtekeningen en vergunningen om het oorspronkelijke funderingstype te achterhalen. • Voer een waterpassing uit tussen maaiveld, grondwaterstand en eventuele paalkoppen om mogelijke droogstand te identificeren. • Bespreek met de directe buren eventuele funderingsproblemen of eerdere herstelwerkzaamheden. • Maak gebruik van het gemeentelijk funderingsloket voor advies en mogelijke subsidies via het Fonds Duurzaam Funderingsherstel. • Overweeg periodieke monitoring van grondwaterstand en zetting via meetbouten, indien beschikbaar in de regio. Deze stappen helpen om de onzekerheden te reduceren en een onderbouwde beslissing te nemen over eventuele funderingsversterking.

Beperkingen en kanttekeningen

Dit rapport is gebaseerd op openbare bronnen; er is geen fysieke inspectie van het pand uitgevoerd. KEA‑waarden en paalrot‑percentages zijn buurt‑gemiddelden en geven geen directe aanwijzing voor de conditie van uw specifieke fundering. Het ontbreken van KOOP‑cases kan te wijten zijn aan onvolledige archiefregistratie. AHN‑mutaties duiden niet automatisch op schade. Een professioneel fase‑1 onderzoek is noodzakelijk om de exacte funderingstype en eventuele risico’s te bevestigen.

Wilt u uw eigen funderingsrapport?

Voer uw adres in en ontvang binnen 2 minuten een rapport per e-mail — gebaseerd op dezelfde Nederlandse openbare bronnen.

Vraag uw rapport aan