Funderingsrapport per adres
Nieuwe Akkers 2a
9765GC Paterswolde
PaterswoldeWijk 06 PaterswoldeTynaarlo
Samenvatting
Wat dit rapport zegt over uw woning
Adres: Nieuwe Akkers 2a, 9765GC Paterswolde. Bouwjaar 1955, gelegen in de bodemregio ‘Hogere Zandgronden’. Het risico wordt geclassificeerd als Verhoogd risico met een score van 22/100. Aanbeveling: monitoren en een snelle funderingsquickscan laten uitvoeren.
Belangrijkste bevindingen
- Bouwjaar 1955 in een draagkrachtig zandgebied – funderingstype waarschijnlijk beton of staal, minder gevoelig voor paalrot.
- Paalrot‑percentage onder 0,4 % en geen KOOP‑cases binnen 100 m wijzen op een laag direct risico.
- Grondwaterstand daalt, maar zonder kennis van paalkophoogte blijft het een onzeker signaal.
Pandprofiel
Het pand heeft een bouwjaar van 1955, een woonfunctie, een oppervlakte van 95 m² verdeeld over twee bouwlagen. Het maaiveld ligt op 2,922 m NAP, het dak op 10,426 m NAP, met een volume van 369,4 m³ en een footprint van 63,7 m². De AHN‑mutaties tussen 3‑4 en 4‑5 zijn afwezig, wat wijst op geen recente grote verbouwingen. In de postcode‑cluster (PC6 9765GC) zijn 27 panden, waarvan 92,6 % vóór 1970 is gebouwd. De dominante bodem is ‘Hogere Zandgronden’, een draagkrachtig zand‑/heuvellandsgebied. In deze regio werden na 1945 steeds vaker betonpalen of fundering op staal toegepast, waardoor een houten paalfundering minder waarschijnlijk is, maar niet uitgesloten.
Bodem en waterhuishouding
Volgens de RVO‑indicatie behoort dit postcodegebied tot een ‘Niet kwetsbaar gebied – 80‑100 %’, met de bodemregio ‘Hogere Zandgronden’. Omdat er geen specifieke BRO‑bodemkaartpolygoon onder het adres beschikbaar is, wordt teruggegrepen op de algemene lithologie van de regio: overwegend zandige grond met goede draagkracht tot 20 m diepte. KEA‑waarden tonen een huidige grondwaterstand (GLG) van 2,544 m, een verwachte daling tot –0,196 m in 2050, en een huidige grondhoogte (GHG) van 1,79 m. Het paalrot‑percentage is 0,36 % (huidig) en stijgt marginal tot 0,39 % in 2050. Het verschilzetting‑percentage is 1,02 % voor zowel mild als sterk scenario. De bodemdaling‑rasterwaarde is 0,218, een licht verhoogd signaal, terwijl de ophogings‑rasterwaarde 0,044 is. Extreem droge zomers zijn licht verhoogd (2,656 m) met een daling van –0,201 m. Zoutvracht is nul, wat geen extra risico oplevert.
Buurtcontext
De buurt Paterswolde (Wijk 06 Paterswolde) heeft een gemiddelde bouwjaar van 1955, met 18 directe buren. Het paalrot‑percentage in de buurt is 0,36 % huidig, 0,38 % voor een mild 2050‑scenario en 0,39 % voor een sterk 2050‑scenario. Het verschilzetting‑percentage voor 2050 is 1,02 % in zowel milde als sterke scenario’s. In de postcode‑cluster is 92,6 % van de panden vóór 1970 gebouwd, wat de kans op oudere houten palen vergroot, maar de zandbodem beperkt het risico. Er zijn geen KOOP‑cases binnen 100 m, waardoor er geen direct bewijs is van funderingsproblemen op straat‑ of blokniveau.
Klimaatuitlook 2050
De grondwaterstand (GLG) wordt verwacht met –0,196 m te dalen tegen 2050, wat een lichte toename van het droogstand‑risico voor houten paalkoppen betekent, hoewel het huidige paalrot‑percentage al zeer laag is. Het paalrot‑percentage stijgt marginal tot 0,39 % in een sterk scenario. Het verschilzetting‑percentage blijft 1,02 % voor zowel milde als sterke scenario’s, wat een beperkt risico op differentiële zetting aangeeft. Extreem droge zomers nemen licht af, en er is geen zoutvracht, waardoor de klimaatgerelateerde risico’s laag blijven.
Monitoringgegevens
De dichtstbijzijnde GMW‑monitoringput (GMW000000119701) ligt op 35 m afstand, maar er is geen bruikbare maaiveldtrend beschikbaar. De GLD‑monitoringput (GLD000000151596) op dezelfde afstand heeft 16.272 observaties tussen 3 december 2019 en 11 oktober 2021. De waterstand varieerde tussen 0,64 m en 1,94 m NAP, met een dalende trend van –13,3 mm/jaar. Er zijn geen CPT‑metingen of BHR‑GT‑profielen binnen 500 m, wat de beschikbaarheid van gedetailleerde ondergrondgegevens beperkt.
Vergunningsignalen
Binnen een straal van 100 m zijn geen KOOP‑cases geregistreerd. Er zijn geen negatieve, gemengde, neutrale of positieve signalen gevonden, noch blok‑niveau funderingsherstel of herhaalde aanvragen op hetzelfde adres. Dit betekent dat er geen direct of indirect bewijs is van funderingsproblemen in de directe omgeving, wat een zwak bewijs vormt voor risico’s.
Risicodrivers
- Het bouwjaar 1955 valt in de periode 1945‑1970, waarin zowel beton‑ als houten palen nog werden toegepast; zonder lokale bodemdata is een houten paalfundering mogelijk.
- De bodemregio is ‘Hogere Zandgronden’, een draagkrachtig zand‑/heuvellandsgebied waar funderingsrisico’s doorgaans laag zijn.
- Paalrot‑percentage is zeer laag (0,36 % huidig, 0,38 % 2050‑laag, 0,39 % 2050‑hoog), wat wijst op een minimaal risico op houtrot door droogvallende paalkoppen.
- Het verschilzetting‑percentage voor 2050 is 1,02 %, eveneens een zwak signaal voor differentiële zetting.
- Geen KOOP‑cases binnen 100 m; er is geen direct of indirect bewijs van funderingsproblemen in de directe omgeving.
- De grondwaterstand (GLD) toont een dalende trend van –13,3 mm/jaar, maar zonder kennis van de paalkophoogte blijft dit een onzeker risico.
Beschermende factoren
- Draagkrachtige zandbodem beperkt het risico op zetting en paalrot.
- Lage paalrot‑percentages duiden op een geringe aantasting van eventuele houten palen.
- Geen historische of recente vergunningen met funderingsherstel in de directe omgeving.
- Ontbreken van CPT‑ of BHR‑GT‑profielen binnen 500 m vermindert de kans op onbekende ondergrondproblemen.
Risico-uitleg
Het bouwjaar 1955 plaatst het pand in de overgangsperiode 1945‑1970, waarin zowel beton‑ als houten palen werden toegepast. In een draagkrachtig zandgebied zoals ‘Hogere Zandgronden’ is de kans op een houten paalfundering kleiner, maar niet uitgesloten. Het paalrot‑percentage van 0,36 % is zeer laag, waardoor het risico op houtrot door droogvallende paalkoppen minimaal is. Het verschilzetting‑percentage van 1,02 % duidt op een gering risico op differentiële zetting. De grondwatertrend van –13,3 mm/jaar wijst op een dalende grondwaterstand, maar zonder kennis van de paalkophoogte blijft dit een onzeker signaal. Het ontbreken van KOOP‑cases binnen 100 m en de afwezigheid van CPT‑ of BHR‑GT‑profielen verminderen de kans op onbekende ondergrondproblemen. Deze factoren samen leiden tot een score van 22 en een classificatie als Verhoogd risico, waarbij de beschermende factoren (draagkrachtige zandbodem, lage paalrot‑percentages) de score dempen.
Aanbevolen vervolgstappen
Om de funderingsstatus beter te kunnen beoordelen, adviseren wij de volgende stappen:
• Laat een snelle funderingsquickscan uitvoeren door een erkende adviseur (indicatief €500‑1.000) om de funderingstype te bevestigen.
• Documenteer eventuele scheuren of verzakkingen met foto’s en meet de opening van deuren en ramen.
• Overweeg een periodieke maaiveldmeting (bijvoorbeeld via een lokale meetbuis) om de zetting te monitoren.
• Houd de grondwaterstand in de gaten; een dalende trend kan later een risico vormen voor houten palen.
• Raadpleeg het gemeentelijk funderingsloket voor eventuele lokale richtlijnen of subsidies.
• Indien de quickscan een mogelijke houten paalfundering onthult, overweeg een professioneel fase‑1 funderingsonderzoek (indicatief €3.000‑4.500) om grondwater‑ en funderingscondities te verifiëren.
Beperkingen en kanttekeningen
Dit rapport is gebaseerd op openbare data; er is geen fysieke inspectie van het pand uitgevoerd. KEA‑waarden en andere rasterdata geven buurt‑gemiddelden weer en zijn geen directe metingen van uw fundering. Het ontbreken van KOOP‑cases kan te wijten zijn aan onvolledige archiefregistratie. AHN‑mutaties duiden niet automatisch op schade. De grondwatertrend is gebaseerd op een korte meetperiode (2019‑2021) en kan variëren. Een professioneel fase‑1 onderzoek is nodig om de onzekerheden te reduceren.
Wilt u uw eigen funderingsrapport?
Voer uw adres in en ontvang binnen 2 minuten een rapport per e-mail — gebaseerd op dezelfde Nederlandse openbare bronnen.
Vraag uw rapport aan