Funderingsrapport per adres
Veenmos 13
3904JV Veenendaal
PetenbosWijk 02 ZuidoostVeenendaal
Samenvatting
Wat dit rapport zegt over uw woning
Adres: Veenmos 13, 3904 JV Veenendaal. Het pand is gebouwd in 1995 en staat op draagkrachtige hogere zandgronden. Op basis van de beschikbare data wordt het risico op funderingsproblemen ingeschat als Laag risico, score 12 van 100. De belangrijkste aanbeveling is het voortzetten van reguliere monitoring zonder directe noodzaak voor funderingsonderzoek.
Belangrijkste bevindingen
- Bouwjaar 1995 in een zand‑/heuvellandschap → moderne funderingstype, geen paalrot‑risico.
- Geen KOOP‑cases binnen 100 m; geen aanwijzingen voor funderingsherstel in de directe omgeving.
- Zeer lichte maaiveldtrend (0,3 mm/jaar) en geen aanwijzingen voor significante zetting.
Pandprofiel
Het pand (BAG‑id 0345100002020563) heeft een bouwjaar van 1995, een woonfunctie, een oppervlakte van 226 m² verdeeld over twee bouwlagen. Het maaiveld ligt op 9,162 m NAP, het dak op 17,075 m NAP, waardoor het volume circa 736 m³ bedraagt en de footprint 139,08 m². De AHN‑DTM bevestigt een maaiveldhoogte van 9,228 m NAP, met een minimale afwijking van 0,066 m ten opzichte van de 3DBAG‑hoogte, wat binnen meetonnauwkeurigheid valt. Er zijn geen AHN‑mutaties tussen versie 3‑4 of 4‑5, wat suggereert dat er sinds de laatste opname geen grote verbouwingen zijn geweest. In de postcode 3904 JV zijn 27 panden geregistreerd, waarvan geen enkel pand vóór 1970 is gebouwd, waardoor houten paalfunderingen zeer onwaarschijnlijk zijn. Gezien het bouwjaar en de zandgrond is een moderne betonnen plaatfundering of fundering op staal het meest aannemelijk.
Bodem en waterhuishouding
Volgens de RVO‑indicatie behoort het adres tot de bodemregio ‘Hogere Zandgronden’, een niet‑kwetsbaar gebied met een draagkracht die voldoende is voor fundering op staal. Omdat de postcode niet indeelbaar is, is er geen specifieke BRO‑bodemkaartpolygoon; de BRO‑BHR‑GT‑lithologie bevat geen profielen binnen 500 m, wat aangeeft dat er geen gedetailleerde bodemkaarten beschikbaar zijn. De Klimaateffectatlas (KEA) geeft een huidige grondwaterstand (GLG) van 2,948 m en een verwachte stijging tot 2050 van 0,049 m. Het grondwater‑gehalte (GHG) is 2,624 m en de heuvellandschaps‑grens (HG3) 1,743 m. De maximale stijging van het grondwater ten opzichte van GHG is 0,881 m. De KEA‑signaalkaart toont een klasse‑2 (2018) en klasse‑4 (2015) indicatie, wat geen alarm signaleert. De rasterwaarde voor bodemdaling is niet beschikbaar, maar de ophogingswaarde is 0,000139, wat praktisch verwaarloosbaar is. Droogte‑indices (extreem droog zomer) liggen op 2,97 m (huidig) en een stijging van 0,055 m tegen 2050, wat geen verhoogd droogstress‑risico aangeeft. Zoutvracht‑bodemdaling is 0, wat geen extra risico oplevert.
Buurtcontext
Het pand ligt in de buurt ‘Petenbos’, wijk 02 Zuidoost van de gemeente Veenendaal. Het huidige paalrotpercentage is 0 % en blijft 0 % zowel voor een milde als een sterke scenario‑projectie tot 2050. Het verschilzettingspercentage voor 2050 is 1 % (zowel mild als sterk), wat duidt op een zeer laag risico op differentiële zetting. In de pc6‑cluster is het aandeel panden gebouwd vóór 1970 0 %, waardoor de historische blootstelling aan houten paalfunderingen afwezig is. Het KOOP‑cluster binnen een straal van 100 m bevat geen cases, waardoor er geen aanwijzingen zijn voor funderingsherstel of -problemen op straat‑ of blokniveau.
Klimaatuitlook 2050
De GLG‑stijging tot 2050 wordt geschat op 0,049 m, terwijl het huidige paalrotpercentage 0 % blijft en ook in 2050 zowel mild als sterk 0 % blijft. Het verschilzettingspercentage voor 2050 is 1 % (zowel mild als sterk), wat een zeer laag risico op scheve zetting aangeeft. De extreem droge zomer‑index stijgt met 0,055 m, maar blijft binnen een niet‑kritieke marge. Zoutvracht‑bodemdaling is nul, waardoor er geen extra risico ontstaat. Er zijn geen aanvullende klimaat‑gerelateerde risico’s geïdentificeerd.
Monitoringgegevens
De dichtstbijzijnde BRO‑GMW (GMW000000004674) bevindt zich op 335 m afstand. De meetreeks beslaat 13,2 jaar met een gemiddelde maaiveldtrend van 0,3 mm per jaar, wat een zeer lichte zetting aangeeft. Er is geen bruikbare GLD‑grondwaterstandreeks in de directe omgeving. Binnen een straal van 500 m zijn vier Cone Penetration Tests (CPT) uitgevoerd, wat een redelijke geotechnische dekking biedt. Er zijn geen BHR‑GT‑profielen beschikbaar binnen dezelfde afstand. Lokale meetbouten of Rotterdamse funderingskaarten zijn niet van toepassing voor Veenendaal.
Vergunningsignalen
Er zijn geen vergunningen of KOOP‑cases binnen een straal van 100 m rondom Veenmos 13. Het permit‑cluster bevat nul negatieve, gemengde, neutrale of positieve signalen, en er zijn geen blok‑niveau funderingsherstelprojecten, geweigerde of ingetrokken aanvragen, noch patronen van terugkerende dossiers. Deze afwezigheid duidt op een zwak indirect bewijs voor funderingsproblematiek in de directe omgeving; er is geen concreet signaal dat een onderzoek van uw eigen pand noodzakelijk maakt.
Risicodrivers
- Het pand is gebouwd in 1995, waardoor een moderne gewapende betonnen plaatfundering of fundering op staal waarschijnlijk is en klassieke houten paalfundering vrijwel uitgesloten.
- De bodemregio is ‘Hogere Zandgronden’, een draagkrachtig zand‑/heuvellandschap waar paalrot‑risico’s nihil zijn.
- Paalrotpercentage is 0 % zowel huidig als voor 2050, en de GLG‑stijging tot 2050 is slechts 0,05 m, waardoor droogvallende houten paalkoppen geen bedreiging vormen.
- Er zijn geen vergunningen of KOOP‑cases binnen 100 m radius; het permit‑cluster bevat 0 signalen, wat wijst op afwezigheid van bekende funderingsproblemen in de directe omgeving.
- De GMW‑trend toont een zeer lichte maaiveldzetting van 0,3 mm/jaar over 13,2 jaar, wat geen aanwijzing geeft voor problematische zetting.
- Er zijn 4 CPT‑metingen binnen 500 m, wat voldoende geotechnische dekking aangeeft voor een betrouwbare beoordeling.
Beschermende factoren
- Draagkrachtige zandgrond vermindert de kans op zetting en paalrot.
- Geen panden in de postcode gebouwd vóór 1970 (0 % pre‑1970).
- GLG‑niveau is relatief hoog (2,95 m) en stijgt slechts marginale 0,05 m tegen 2050.
- Geen negatieve kleef‑ of differentiële zettingssignalen in de buurt.
- Beschikbare CPT‑data (4 binnen 500 m) geeft een goede basis voor geotechnisch inzicht.
Risico-uitleg
Het lage risico‑label is het resultaat van een combinatie van meerdere beschermende factoren. Het bouwjaar 1995 plaatst het pand in de periode na 1980, waarin moderne betonnen of staalfunderingen gangbaar zijn; houten paalfunderingen, die gevoelig zijn voor paalrot, komen hier vrijwel niet voor. De bodemregio ‘Hogere Zandgronden’ biedt een hoge draagkracht, waardoor zowel zetting als paalrot‑risico’s minimaal zijn. De KEA‑data bevestigen een nul‑percentage paalrot en een zeer laag verschilzettingspercentage voor 2050, wat de kans op toekomstige funderingsproblemen verder verkleint. De GMW‑trend van 0,3 mm/jaar wijst op een vrijwel stabiel maaiveld. Het ontbreken van KOOP‑cases binnen 100 m versterkt het beeld van een omgeving zonder bekende funderingsproblemen. Beschermende factoren zoals de afwezigheid van pre‑1970 panden, een hoge GLG‑stand en een lage droogstress‑index dragen bij aan de hoge vertrouwensband en onderbouwen de score van 12.
Aanbevolen vervolgstappen
Hoewel het risico laag is, is het verstandig om de fundering periodiek te blijven monitoren. Aanbevelingen:
• Houd een visuele controle op scheuren in muren, vloeren en kozijnen.
• Laat een jaarlijkse scheurmonitoring uitvoeren door een bouwkundige, vooral bij eventuele verbouwingen.
• Overweeg een eenvoudige maaiveldmeting (bijvoorbeeld via een meetbout) om eventuele trends vroegtijdig te signaleren.
• Bewaar alle bouw- en onderhoudsdossiers, zodat eventuele veranderingen later makkelijk kunnen worden getraceerd.
• Indien u in de toekomst een ingrijpende verbouwing plant, laat een fase‑1 funderingsonderzoek uitvoeren om zeker te zijn van de funderingsconditie.
• Voor eventuele financiering of advies kunt u contact opnemen met het gemeentelijk funderingsloket of het Fonds Duurzaam Funderingsherstel.
Beperkingen en kanttekeningen
Dit rapport is gebaseerd op openbare data en bevat geen directe inspectie van het pand. KEA‑waarden zijn buurt‑gemiddelden en geven geen individuele zekerheid. Het KOOP‑bestand kan onvolledig zijn; niet‑geregistreerde dossiers blijven onzichtbaar. AHN‑mutaties duiden niet op schade, maar op mogelijke verbouwingen. De afwezigheid van BHR‑GT‑profielen en GLD‑reeks beperkt de diepgang van de geotechnische analyse. Een professioneel fase‑1 onderzoek is nodig om eventuele onzekerheden definitief weg te nemen.
Wilt u uw eigen funderingsrapport?
Voer uw adres in en ontvang binnen 2 minuten een rapport per e-mail — gebaseerd op dezelfde Nederlandse openbare bronnen.
Vraag uw rapport aan