Funderingsrapport per adres
Laan van Nederhoven 15
3334BL Zwijndrecht
Develzijde NederhovenWijk 06 NederhovenZwijndrecht
Samenvatting
Wat dit rapport zegt over uw woning
Adres: Laan van Nederhoven 15, 3334 BL Zwijndrecht. Bouwjaar 1973, gelegen in een Zeekleigebied. Het risico wordt geclassificeerd als Verhoogd risico met een score van 32/100. Aanbeveling: monitoren en een snelle funderingsquickscan laten uitvoeren.
Belangrijkste bevindingen
- Bouwjaar 1973 in Zeekleigebied – funderingstype waarschijnlijk betonpalen of staal, beperkt paalrot‑risico.
- Paalrot‑percentage 0,06 % (huidig en 2050) – zeer laag, geen aanwijzing voor houtrot.
- Geen KOOP‑cases binnen 100 m – zwak indirect bewijs voor funderingsproblemen.
- Grondwaterstand stijgt (+63 mm/jaar) – beschermt houten paalkoppen tegen uitdrogen.
Pandprofiel
Het pand heeft een bouwjaar van 1973, een woonfunctie, een oppervlakte van 398 m², twee bouwlagen en een volume van 1.441 m³. Het maaiveld ligt op -0,998 m NAP en het dakhoogste punt bereikt 5,527 m. De footprint bedraagt 297,33 m². Het AHN‑DTM toont een maaiveldhoogte van -0,563 m NAP, met een verschil van 0,435 m ten opzichte van de BAG‑hoogte, wat kan duiden op een lichte ophoging of meetverschil. Er zijn geen AHN‑mutaties tussen de 3‑ en 4‑ of 4‑ en 5‑verdiepingen, wat wijst op een stabiele bouwstructuur. In dit Zeekleigebied, gekenmerkt door matige draagkracht, werden panden vóór 1970 vaak op houten palen gebouwd; panden na 1970, zoals dit, hebben doorgaans betonpalen of een fundering op staal, waardoor het funderingstype minder kwetsbaar is voor paalrot.
Bodem en waterhuishouding
Volgens de RVO‑kaart behoort de postcode 3334 BL tot het Zeekleigebied, een kwetsbaar gebied met een risico van 20‑40 %. De BRO‑BHR‑GT‑lithologie is niet beschikbaar voor dit adres, waardoor we terugvallen op de algemene bodemclassificatie. De KEA‑waarden laten een huidige grondwaterstand (GLG) van 1,508 m zien, met een lichte daling van -0,023 m tegen 2050, wat een marginale afname van de grondwaterstand aangeeft. Het huidige grondwaterniveau (GHG) is 1,157 m en de hoogte van de grondwatergrens (HG3) 1,002 m. De maximale stijging van grondwater ten opzichte van GHG is 0,155 m. De bodemdaling‑rasterwaarde is 0,011 m, terwijl de ophogings‑rasterwaarde 0,101 m bedraagt, wat duidt op een lichte neiging tot ophoging. Het signaalkaart‑niveau is 3 (oktober 2016‑2018) en 1 (mei 2015‑2018), wat een gematigd alarmniveau aangeeft. Extreem droge zomers zijn momenteel 1,562 m, met een marginale afname van -0,015 m in de toekomst. Zoutvracht‑bodemdaling is nul, wat geen extra risico oplevert.
Buurtcontext
De buurt Develzijde Nederhoven in wijk 06 Nederhoven, gemeente Zwijndrecht, heeft een paalrot‑percentage van 0,06 % (huidig, 2050 Laag en 2050 Hoog). Het verschilzetting‑percentage voor 2050 is 0,81 % (zowel Laag als Hoog), wat een mild risico op differentiële zetting aangeeft. In de pc6‑cluster is 31,1 % van de panden vóór 1970 gebouwd, wat wijst op een aanzienlijk aandeel oudere funderingen. Het KOOP‑cluster binnen 100 m bevat geen cases, waardoor er geen direct bewijs is van funderingsproblemen in de directe omgeving.
Klimaatuitlook 2050
De GLG‑verschilwaarde voor 2050 is -0,023 m, wat een lichte daling van de grondwaterstand aangeeft. Het paalrot‑percentage blijft 0,06 % (zowel Laag als Hoog), waardoor het risico op houtrot niet toeneemt. Het verschilzetting‑percentage voor 2050 blijft 0,81 %, een mild signaal voor mogelijke differentiële zetting. Extreem droge zomers nemen licht af met -0,015 m. Zoutvracht‑bodemdaling is nul, wat geen extra risico oplevert.
Monitoringgegevens
De dichtstbijzijnde GMW‑monitoringsput (GMW000000049216) ligt op 148 m afstand, maar er is geen bruikbare maaiveldtrend beschikbaar. De GLD‑monitoringsput (GLD000000026478) bevindt zich eveneens op 148 m afstand en heeft 67 521 observaties tussen 19 oktober 2015 en 15 oktober 2024. De waterstand varieerde van -3,41 tot -1,48 m NAP, met een stijgende trend van 63,03 mm/jaar. Binnen een straal van 500 m zijn er 15 CPT‑metingen beschikbaar, wat een redelijke dekking van geotechnische data aangeeft, maar geen BHR‑GT‑profielen.
Vergunningsignalen
Er zijn geen KOOP‑cases binnen een straal van 100 m rond het pand. Het ontbreken van zowel negatieve als gemengde signalen betekent dat er geen direct vergunning‑signaal is dat funderingsproblemen in de directe omgeving aantoont. Het cluster bevat 0 cases met een negatief funderingssignaal, 0 cases met een gemengd signaal, 0 cases met een neutraal signaal en 0 cases met een positief signaal. Er zijn geen blok‑niveau funderingsherstelprojecten, geen geweigerde of ingetrokken aanvragen en geen patronen van terugkerende dossiers. Deze afwezigheid duidt op zwak indirect bewijs voor funderingsproblemen.
Risicodrivers
- Bouwjaar 1973 duidt op een betonnen paal- of staalfundering, waardoor het funderingstype minder gevoelig is voor paalrot.
- De bodemregio ‘Zeekleigebied’ is matig draagkrachtig; houten palen komen hier nog voor bij oudere bebouwing, maar het risico op ernstige zetting is beperkt.
- Paalrot‑percentage is zeer laag (0,06 %), zowel huidig als voor 2050, wat wijst op een minimaal risico op houtrot.
- Verschilzetting‑percentage voor 2050 is 0,81 %, een mild signaal voor mogelijke differentiële zetting, maar geen direct bewijs van huidige problemen.
- Geen KOOP‑cases binnen 100 m; er is dus geen direct vergunning‑signaal dat funderingsproblemen in de directe omgeving aantoont.
- BRO‑data tonen een grondwaterstandtrend van +63 mm/jaar, wat duidt op een stijgende grondwaterstand en daarmee een lagere kans op droogvallende houten paalkoppen.
Beschermende factoren
- Moderne fundering (beton/staal) vermindert kans op paalrot.
- Lage paalrot‑percentages in de buurt.
- Stijgende grondwaterstand volgens GLD‑trend.
- Geen recente funderingsherstel‑ of -vergunningscases in de directe omgeving.
Risico-uitleg
Het bouwjaar 1973 plaatst het pand in de periode waarin betonpalen of funderingen op staal gangbaar werden, waardoor de kans op houten paalkoppen – en daarmee paalrot – klein is. De bodemregio Zeekleigebied is matig draagkrachtig; hoewel oudere panden hier vaak houten palen vereisen, is dit voor een pand uit 1973 minder relevant. De paalrot‑percentages (0,06 %) zijn zeer laag, zowel huidig als voor 2050, wat aangeeft dat houtrot geen significante bedreiging vormt. Het verschilzetting‑percentage van 0,81 % wijst op een mild risico op differentiële zetting, maar er is geen aanwijzing voor actuele problemen. De stijgende grondwaterstand (63 mm/jaar) beschermt houten paalkoppen tegen uitdrogen, wat een extra beschermende factor is. Het ontbreken van KOOP‑cases binnen 100 m versterkt het beeld van een lage directe risico‑expositie. Samengevat leidt deze combinatie van een modern funderingstype, lage paalrot‑percentages, stijgend grondwater en afwezigheid van vergunning‑signalen tot een score van 32 en een classificatie als Verhoogd risico.
Aanbevolen vervolgstappen
Voor een Verhoogd risico adviseren wij de volgende stappen:
• Laat een funderings‑quickscan uitvoeren door een erkende adviseur (indicatief €500‑1.000) om de funderingstype en eventuele zichtbare afwijkingen te bevestigen.
• Maak fotodocumentatie van scheuren, verzakkingen of andere visuele aanwijzingen.
• Voer periodieke maaiveldmetingen uit (bijvoorbeeld via een meetbout) om eventuele zettingen vroegtijdig te detecteren.
• Raadpleeg het gemeentelijk funderingsloket voor eventuele aanvullende lokale data of advies.
• Overweeg een archiefonderzoek naar eerdere funderingswerken of renovaties.
• Bij aanwijzingen van zetting of scheurvorming, plan een professioneel fase‑1 funderingsonderzoek (indicatief €3.000‑4.500).
• Voor financiering kunt u terecht bij het Fonds Duurzaam Funderingsherstel of het RVO‑fonds voor funderingsproblematiek.
Beperkingen en kanttekeningen
Dit rapport is gebaseerd op openbare bronnen en bevat geen directe inspectie van het pand. KEA‑waarden en andere klimaat‑indicatoren zijn buurt‑gemiddelden en geven geen garantie voor de specifieke situatie. Het ontbreken van KOOP‑cases kan te wijten zijn aan onvolledige archiefregistratie. AHN‑mutaties duiden niet automatisch op schade. De beschikbare BRO‑data (CPT, GMW, GLD) bieden een indicatie van de meetdekking, maar geen definitief bewijs van funderingsconditie. Een professioneel fase‑1 onderzoek is noodzakelijk om de onzekerheden te verminderen.
Wilt u uw eigen funderingsrapport?
Voer uw adres in en ontvang binnen 2 minuten een rapport per e-mail — gebaseerd op dezelfde Nederlandse openbare bronnen.
Vraag uw rapport aan